Europa organiseert zijn eigen achterstand
Auteur: Bruno Iserbyt
Europa, lang zelfverklaarde koploper in klimaatbeleid, kiest steeds vaker voor het gemak van ‘minder administratieve lasten’ en ‘ruimte voor innovatie’. Onder dat mom zijn de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) drastisch “afgebouwd”. Maar zijn de argumenten voor deze versoepeling terecht? En wat betekent dit voor jou als duurzame belegger?
De nieuwe regels hebben grote gevolgen. Nu moeten alleen nog de allergrootste bedrijven – met meer dan 1.750 werknemers en een omzet van 450 miljoen euro – verplicht hun klimaatimpact te rapporteren. Duizenden middelgrote bedrijven, die vaak een cruciale rol spelen in internationale productieketens, blijven hierdoor uit het zicht. Daarnaast is sectorspecifieke rapportage vrijwillig geworden, wat betekent dat bedrijven zelf mogen bepalen welke informatie ze delen. Het gevolg? Minder vergelijkbare en betrouwbare data voor beleggers.
Klimaattransitie
Een andere belangrijke verandering is dat bedrijven geen verplichte klimaattransitieplannen meer hoeven op te stellen. Hierdoor weten beleggers niet langer hoe bedrijven van plan zijn om hun bedrijfsmodel in lijn te brengen met het Klimaatakkoord van Parijs – een cruciale indicator voor duurzaamheid.
Tot slot is de controle door accountants verslapt: waar voorheen een grondige check (‘reasonable assurance’) verplicht was, volstaat nu een lichtere toets (‘limited assurance’). Dit betekent dat accountants alleen nog controleren of er geen duidelijke fouten in de rapportage staan, niet of de gegevens daadwerkelijk kloppen.
Als alleen de allergrootste bedrijven moeten rapporteren, blijven risico’s in de toeleverketens verborgen.
Deloitte waarschuwt dat deze versoepelingen leiden tot minder vergelijkbare data, meer onzekerheid en een groter risico op greenwashing. Bovendien wordt de waardeketentransparantie ondermijnd: als alleen de allergrootste bedrijven nog verplicht zijn om te rapporteren, blijven risico’s in de toeleverketens verborgen. Dit is problematisch voor beleggers die willen vermijden dat hun portefeuille indirect bijdraagt aan ontbossing, mensenrechtenschendingen of hoge CO₂-uitstoot.
Azië toont hoe het wél moet: van taxonomieën tot transparantie
Terwijl Europa terugkrabbelt, zet Azië juist in op strenge, gestandaardiseerde rapportage – en dat loont. Landen als China, India, Zuid-Korea, Singapore, Indonesië en de Filipijnen bewijzen dat duidelijke regels en taxonomieën niet alleen transparantie vergroten, maar ook innovatie en investeringen stimuleren.
- China heeft een gedetailleerde klimaatrapportagestandaard geïntroduceerd, die aansluit bij internationale normen en specifieke richtlijnen biedt voor sectoren als staal, energie en auto-industrie. Het land kiest voor een gefaseerde invoering: van vrijwillig naar verplicht, van grote naar kleine bedrijven. Dit zorgt voor consistente, vergelijkbare data – precies wat beleggers nodig hebben om weloverwogen keuzes te maken.
- India heeft een climate taxonomy gepubliceerd om investeringen in groene technologieën te stimuleren en greenwashing tegen te gaan. De taxonomie, die is afgestemd op internationale standaarden, helpt zowel lokale als buitenlandse investeerders bij het identificeren van klimaatvriendelijke projecten in sectoren als energie, transport en zware industrie. Het doel? 250 miljard dollar per jaar aantrekken voor de energietransitie.
- Zuid-Korea gaat nog een stap verder: vanaf 2028 wordt duurzaamheidsrapportage verplicht voor grote beursgenoteerde bedrijven, gebaseerd op internationale IFRS-standaarden. Het land heeft een duidelijke roadmap voor uitbreiding naar kleinere bedrijven, met focus op klimaattransparantie.
- Singapore stelt strenge eisen aan banken, verzekeraars en investeerders om klimaatrisico’s te beheren – niet door divestment, maar door actief engagement met bedrijven om hen te helpen verduurzamen. De stadstaat gebruikt een taxonomie die duidelijk aangeeft welke activiteiten als duurzaam worden beschouwd, waardoor investeerders gerichter kunnen beleggen.
- Indonesië ontwikkelt een sustainable finance taxonomy die specifiek gericht is op methaanreductie – een van de snelste en meest kosteneffectieve manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Door duidelijke criteria op te nemen voor sectoren als afval, landbouw en energie, trekt het land internationale investeerders aan die op zoek zijn naar meetbare, impactvolle projecten.
- De Filipijnen, als een van de landen die het meest kwetsbaar zijn voor klimaatverandering, zetten sterk in op een groene taxonomie gericht op klimaatadaptatie en hernieuwbare energie. Het land ontwikkelt criteria voor duurzame investeringen in zonne- en windenergie, en klimaatbestendige infrastructuur. Dit maakt de Filipijnen een interessante bestemming voor beleggers die willen bijdragen aan zowel klimaatmitigatie als adaptatie.
Taxonomieën fungeren als een kompas voor investeerders. Ze definiëren precies welke activiteiten als duurzaam worden beschouwd en sturen kapitaal naar projecten die écht bijdragen aan een duurzame toekomst. Voor beleggers zijn deze systemen van onschatbare waarde, omdat ze:
- Greenwashing tegengaan door duidelijke, meetbare criteria te bieden.
- Vergelijkbaarheid mogelijk maken tussen bedrijven en sectoren.
- Risicobeheer verbeteren door klimaatgerelateerde risico’s in kaart te brengen.
- Toegang bieden tot nieuwe, groeiende markten waar duurzaamheid centraal staat.
Wat blijkt: kapitalistisch of communistisch, arm of rijk, democratie of dictatuur, duurzaamheid is in Azië geen ideologie, maar pure economisch logica. Waar Europa worstelt met politieke tegenstellingen, zien Aziatische mogendheden duurzaamheid als een kans om kapitaal aan te trekken, innovatie te stimuleren en economische veerkracht op te bouwen.
Taxonomieën spelen hierin een sleutelrol: ze bieden heldere criteria voor wat als duurzaam wordt beschouwd, waardoor beleggers beter geïnformeerde keuzes kunnen maken.
Duurzaamheid is in Azië geen ideologie, maar pure economisch logica.
De paradox: minder regels, minder innovatie
Europa’s argument dat ‘minder regelgeving innovatie stimuleert’ houdt geen steek. Innovatie gedijt juist bij duidelijke kaders en gelijke speelvelden. Azië bewijst dit: door strenge, maar heldere rapportage-eisen te stellen, stimuleert het niet alleen transparantie, maar ook echte innovatie in schone energie, circulaire economie en klimaatadaptatie.
In Europa dreigt het tegenovergestelde te gebeuren. Als bedrijven minder hoeven te rapporteren, ontbreekt de prikkel om te verduurzamen. Beleggers krijgen minder inzicht, wat leidt tot hogere risico’s en lagere rendementen op de lange termijn. Bovendien loopt Europa het risico achterop te raken in de wereldwijde race naar groene technologieën – terwijl Azië juist versnelt.
Wat betekent dit voor jou als belegger?
- Europa blijft sterk op productienormen, maar Azië biedt betere tools voor beleggers om duurzame keuzes te maken.
- Kies fondsen die strenge ESG-criteria hanteren – bij voorkeur met aantoonbare klimaatplannen (bijv. SBTi of CDP-rapportages).
- Overweeg Aziatische markten voor transparantere duurzaamheidsdata, maar let op: milieunormen kunnen daar lager zijn dan in Europa.
- Stel kritische vragen aan je vermogensbeheerder: hoe selecteren ze bedrijven? Hoe meten ze impact?