We gooien onze eigen ruiten in
De hittezomer van 2026 toont het meer dan ooit aan: klimaatverandering is geen toekomstig risico meer. Een economisch minder beslagen minister wijst op de hogere verkoop van zwembaden, barbecues en lokale Lubbeekse pils als bewijs dat de economie alles goed komt. Dat argument is ouder dan het klinkt, en het is al 176 jaar geleden weerlegd.
In 1850 vertelde de Franse econoom Frédéric Bastiat in zijn essay Ce qu’on voit et ce qu’on ne voit pas het volgende verhaal: een jongen gooit een steen door de etalageruit van een bakker. De menigte is in de wolken: “Nu heeft de glazenmaker tenminste werk. Dat is goed voor de economie!” Bastiat wijst erop dat dit kortzichtige redenering is. Ja, de glazenmaker verdient aan de reparatie, maar de bakker had dat geld kunnen besteden aan iets productiefs: een nieuwe oven, een extra medewerker, of voorraad. Die mogelijkheid is nu verdwenen. Netto is de economie armer met de waarde van de ruit.
Ministers die vandaag naar de omzetcijfers van zwembadverkopers wijzen, maken precies deze fout. En het werd de laatste weken zelfs nog perverser: het feit dat er geen geld is voor aanpassing, wordt in de schoenen van de groene beweging geschoven. Door hun schuld hebben we te veel geld uitgegeven aan het knippen in onze uitstoot, waardoor we ons geen sterkere ruit kunnen veroorloven. Zever, gezever.
Driegangenmenu
De cijfers liegen er niet om: ze lezen als een economische drietrapsraket.
Het directe herstel. De voorlopige herstelkosten voor verbrande gronden in vijf hard getroffen EU-landen, Frankrijk, Spanje, Portugal, Griekenland en Roemenië, bedragen al €3,1 miljard, na slechts twee maanden brandseizoen. Een onderschatting, want een nieuw aangeplante boom en een eeuwenoude eik halen niet hetzelfde ecologisch rendement.
De totale schade in de getroffen regio’s. Tel je verwoeste huizen, kapotte infrastructuur, blusoperaties en bedrijfsverstoring erbij, dan loopt de schade in diezelfde vijf landen op tot €15,6 à €19,1 miljard. Ter vergelijking: de Europese Commissie berekende dat de jaarlijkse gemiddelde schade door bosbranden in de hele EU €2,5 miljard bedroeg. Welkom in de nieuwe realiteit.
De EU-brede groei-erosie. Zoom je uit naar de hele Europese economie, dan schat Triodos Bank dat extreme hitte en droogte de economische groei in de EU dit jaar volledig kunnen uitwissen. Totale impact: €180 miljard, ruim 1% van het Europese BBP. België kijkt aan tegen ‘aanzienlijke groeiverliezen’. Het effect van het extreme weer schatten de economen van Triodos op ongeveer 1% van ons bbp, waardoor België afstevent op een economische krimp; zij het minder dan die in Frankrijk. Ook Italië en Duitsland kijken aan tegen een negatieve groei, in Nederland zou er sprake zijn van een stagnatie.
De impact van deze recordzomer? €180 miljard, ruim 1% van het Europese BBP, genoeg om de Europese groei van dit jaar quasi volledig uit te wissen.
Rammeling
De hitte is een slow-motion rammeling van onze economie. De landbouw lijdt het meest: de EU-graanproductie daalt met 9,3% ten opzichte van 2025, en zelfs met 5,2% onder het tienjarig gemiddelde. Coceral, de Europese graanhandelsvereniging, schat de daling voor de EU en het Verenigd Koninkrijk op 23,4 miljoen ton, met verliezen van €2,1 miljard alleen al door de hittegolf in juni. In Frankrijk, waar de tarweproductie met 8,1% daalt, zijn de verliezen het grootst. Minder graan betekent hogere voedselprijzen, en zowel de boer als de consument betalen de prijs.
Ook de arbeidsproductiviteit kreunt onder de hitte. Werknemers smelten weg in kantoren zonder airco, fabrieken draaien op halve kracht, en de economie verliest uren en dus geld. Het transport komt tot stilstand omdat de Rijn en andere rivieren te laag staan voor de binnenvaart, de slagader van onze handel. De toeleveringsketens raken verstoord, goederen komen niet aan, kosten stijgen. Onze zelfgecreëerde Straat van Hormuz.
En dan is er de energie: door koelwatertekorten en, deze week, een kwallenplaag liggen kerncentrales in Frankrijk, Hongarije en Roemenië stil of draaien op halve kracht. Paks in Hongarije, goed voor 40% van de Hongaarse stroom, viel voor het eerst in 44 jaar volledig stil. Kerncentrales gelden als hét sluitstuk van de energietransitie, precies omdat ze, in tegenstelling tot wind en zon, in principe altijd beschikbaar zijn. Deze zomer bewijst het tegendeel.
Kanaries
Sinds enkele jaren zijn verzekeraars volgens mij de kanarie in de koolmijn van de klimaatcrisis: hun schadeclaims leggen het risico bloot dat de rest van de economie liever niet ziet. Wereldwijd was er halverwege 2026 al voor 47 miljard dollar aan schadeclaims door natuurrampen ingediend, en dat was nog vóór het orkaanseizoen en zonder de Europese bosbranden mee te rekenen. Het is het zesde jaar op rij dat de wereldwijde schade boven de 100 miljard dollar uitkomt, tegenover een dertigjarig gemiddelde van 66 miljard. De markt voor catastrophe bonds (de marketingafdeling was allicht met vakantie), obligaties waarmee beleggers rampschade overnemen van verzekeraars, brak in het tweede kwartaal van 2026 een record met 11 miljard dollar aan nieuwe uitgiftes.
Dat wordt soms verkocht als veerkracht, als bewijs dat de financiële sector zich slim aanpast. Maar het is opnieuw de glazenmaker die blij is met de ruit. Stijgende premies zijn geen groei, het is de rekening die eindelijk zichtbaar wordt. En intussen is in Europa maar een kwart van de economische schade door natuurrampen effectief verzekerd, becijferde de ECB. De rest, de “beschermingskloof,” komt bij overheden en burgers terecht. De verzekeraar int de winst op het risico dat zichtbaar wordt, de rest van de maatschappij betaalt de rekening die daaronder ligt. De broken window fallacy in optima forma: de winst van de enen is het verlies van de velen.
Geen kosten, maar investeringen
De niet nader genoemde minister uit de tweede alinea heeft de zaak dus achterstevoren: het probleem is niet dat er te veel geld naar mitigatie ging, maar dat mitigatie al decennia ondergefinancierd is. De €180 miljard die de EU dit jaar in rook ziet opgaan, en de schadeclaims uit de vorige sectie, zijn de rekening van dat tekort, niet het omgekeerde. Elke euro die naar herstel gaat, had kunnen gaan naar groei: scholen, innovatie, gezondheidszorg, en de decarbonisatie van onze economie. Dat is al enkele decennia het geval: meer dan de helft van de CO2 die ons momenteel in de problemen brengt, is uitgestoten sinds 1988. Vandaag gebruiken we dat geld om gaten te dichten die we zelf hebben geslagen. Dat is niet de schuld van de klimaatwetenschap die hier al meer dan een kwarteeuw voor waarschuwt.
De valkuil is te denken dat klimaatmaatregelen duur zijn. Maar de factuur van niet handelen is veel hoger. Mitigatie, of voorkomen, is geen kostenpost maar een investering: elke euro levert op lange termijn naar schatting twee tot vier euro op aan vermeden klimaatschade en economische voordelen. De kosten van niets doen zijn vele malen hoger: de netto kosten van niks doen lopen op tot wel 11% tot 27% van het wereldwijde BBP. Daarenboven is investeren in hernieuwbare energie nog nooit zo economisch rendabel geweest. Zonne- en windenergie zijn met voorsprong de goedkoopste energievormen, zelfs wanneer je batterijopslag meerekent.
Ook de financiële sector trekt die conclusie. De Europese Centrale Bank waarschuwde al in 2023: klimaatrisico’s zijn financiële risico’s. Banken die niet investeren in groene transities, zitten op een berg slechte leningen. Bedrijven die niet aanpassen, zullen failliet gaan. Landen die wachten, zullen achterlopen. Dat is dé reden om duurzaam te investeren: het is al lang geen kwestie van ideologie meer, het is economisch de enige logische keuze.
De keuze is simpel
We kunnen doorgaan met het inslaan van onze eigen ruiten, en de reparatiekosten vieren als groei. Bastiat waarschuwde ons daar in 1850 al voor. De rekening van 2026 is hoog. Die van 2036 zal veel hoger zijn. Een gebroken ruit is geen groei. Het is gewoon een gebroken ruit.