Duurzame ETF’s, beleggen in lijn met Parijs
Veel beleggers kiezen voor passieve fondsen (ETF’s), en die kunnen eveneens duurzaam worden ingericht, bijvoorbeeld via trackers die “in lijn met Parijs” zijn
Die lijn werd in 2015 getrokken. Toen tekenden 195 landen het Klimaatakkoord van Parijs, waarin zij zich committeerden de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 °C en, indien mogelijk, tot 1,5 °C. Een belangrijk onderdeel van dat akkoord was de afspraak om de financiële markten zodanig te structureren dat beleggers gemakkelijker kunnen bijdragen aan de realisatie van deze klimaatdoelstellingen. Sindsdien heeft Europa tal van initiatieven genomen om de markt te verduurzamen.
Duurzame benchmarks
Een van de centrale maatregelen uit het uitgebreide Europese actieplan voor duurzame financiering is de invoering van regelgeving voor duurzame benchmarks. Deze regels zorgen ervoor dat indexen en referentie‑indices transparanter en betrouwbaarder zijn, waardoor beleggers beter kunnen beoordelen of hun portefeuille daadwerkelijk bijdraagt aan de klimaatambities die in Parijs zijn vastgelegd.
Het idee is van veelgebruikte indexen duurzame varianten te vormen die beleggers kunnen helpen om hun portefeuille te verduurzamen.
Benchmarks – oftewel graadmeters – worden steeds belangrijker op de financiële markten. Fondsbeheerders hanteren ze om hun eigen resultaten te evalueren, maar voor beleggers in ETF’s (trackers of passieve fondsen) vormen ze de feitelijke kompasrichtlijn.
In eenvoudige bewoordingen volgt een tracker de samenstelling van een onderliggende benchmark. Meestal betreft dit aandelenindexen zoals de Amerikaanse S&P 500, de Europese STOXX 600 of de wereldwijde MSCI World. De ETF wordt dus op exact dezelfde manier geconstrueerd als die index en reproduceren daarmee haar rendementen.
Het doel van duurzame benchmarks is om van de gangbare indexen groene varianten te creëren, zodat beleggers hun portefeuille eenvoudig kunnen verduurzamen.
In lijn met Parijs
In Europa kunnen benchmarks op verschillende manieren worden verduurzaamd; een van de meest prominente methoden heet Paris‑Aligned Benchmark (PAB). In de financiële wereld zul je deze afkorting vaak terugzien in de naamgeving van ETF’s.
Wat doet een PAB‑ETF precies? Zonder al te technisch te worden, hanteert hij twee fundamentele regels.
Een Paris‑Aligned Benchmark (PAB) moet aan twee kernvoorwaarden voldoen.
Ten eerste mag de gemiddelde CO₂‑uitstoot van de bedrijven in de benchmark niet meer dan 50 % bedragen van die van de oorspronkelijke index.
Ten tweede moet die uitstoot elk jaar met minstens 7 % dalen – de jaarlijkse reductie die nodig is om de klimaatdoelstellingen uit het Akkoord van Parijs (2015) te halen.
Transparantie blijft echter een struikelblok. Het is lastig om nauwkeurig te bepalen hoeveel een bedrijf werkelijk uitstoot, vooral wanneer – zoals de Europese regelgeving vereist – de volledige waardeketen (scope 1, 2 en 3) in aanmerking wordt genomen. Hierdoor blijft de mate van transparantie een uitdaging voor zowel beheerders als beleggers.
Ten eerste moet de uitstoot van de bedrijven in de benchmark 50% lager liggen. Ten tweede moet de uitstoot elk jaar met 7% dalen.
Europa werkt momenteel aan een reeks regels om de transparantie en consistentie van duurzame benchmarks te verbeteren. Terwijl die wetgeving nog in ontwikkeling is, kun je als belegger al nu bewuster kiezen voor duurzame financiële producten – zelfs wanneer je belegt in brede, passieve fondsen (ETF’s). Door te selecteren op groene varianten van bekende indexen, draag je direct bij aan een meer verantwoorde portefeuille, nog voordat alle regelgeving volledig van kracht is.
Meer over duurzaam beleggen in ETF vind je in onze opleiding ‘duurzaam sparen en beleggen’.