Vanuit je hangmat de wereld verbeteren

Auteur: Dominique Van Baelen

Dominique Van Baelen  besprak in het magazine van de Vlaamse Federatie van Beleggers wat hij opstak van onze opleiding duurzaam beleggen; ook als passieve belegger kan hij een verschil maken. “Voor wie bereid is wat huiswerk te maken, biedt duurzaam beleggen een mooie combinatie: financieel rendement én de mogelijkheid om mee richting te geven aan de wereld van morgen.”

Ik geef het toe: ik ben een grote fan van hangmatbeleggen. Voor mij geen ingewikkelde analyses van individuele aandelen, geen uitgebreide berekeningen om de intrinsieke waarde van bedrijven te bepalen, geen stress om het ideale koop- en verkoopmoment te proberen timen. Wel gewoon breed gespreid beleggen met focus op lage kosten en de lange termijn.

De strategie is heel eenvoudig: maandelijks investeren in een wereldwijd gespreide ETF, zoals de MSCI World. Meer dan duizend bedrijven, verspreid over verschillende sectoren en regio’s. Efficiënt, goedkoop en historisch gezien een succesvolle strategie.

Maar in die wereldwijde spreiding zit ook iets ongemakkelijks. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte: ik heb eigenlijk maar een beperkt beeld van in welke bedrijven ik allemaal beleg. Die brede spreiding, altijd gepresenteerd als een groot voordeel, maakt het ook abstract. Je koopt ‘de hele markt’, maar wat betekent dat concreet? Welke bedrijven zitten daar allemaal in? En belangrijker: waar staan die bedrijven voor? Investeer ik onbewust in bedrijven die sterk inzetten op de energietransitie? Of net in sectoren die daar haaks op staan? Steun ik innovatie en vooruitgang, of draag ik – zonder het te beseffen – bij aan praktijken waar ik niet achter sta?

Die vragen bleven ergens op de achtergrond sluimeren, tot ik toevallig een aankondiging zag voor een webinar en gratis e-learning van Duurzaam Beleggen Academy. Na het volgen van die opleiding vielen de puzzelstukjes op zijn plaats.

De belofte: rendement én impact

Het idee achter duurzaam beleggen is eenvoudig: je kijkt niet alleen naar financieel rendement, maar ook naar wat je investeringen betekenen voor mens, milieu en maatschappij. Het gaat dus niet puur om winst, maar om een bredere vorm van waardecreatie. In die zin begint duurzaam beleggen met één fundamentele vraag: welke gevolgen hebben mijn investeringen?

Beleggers beseffen dat grote maatschappelijke uitdagingen ook economische opportuniteiten zijn.

Die vraag lijkt simpel, maar zet je wel aan het denken over wat achter je portefeuille schuilgaat. Dat duurzaam beleggen de voorbije jaren zo sterk is gegroeid, is dan ook geen toeval. Niet alleen het aantal duurzame fondsen en ETF’s neemt toe, ook de bedragen die erin belegd worden blijven stijgen. Steeds meer beleggers beseffen dat grote maatschappelijke trends zoals de energietransitie, vergrijzing en digitalisering, niet alleen uitdagingen zijn maar ook economische opportuniteiten.

 

Tegelijk brokkelt een hardnekkig idee af: dat je moet kiezen tussen rendement en duurzaamheid. Uit steeds meer onderzoek blijkt dat duurzaam beleggen op lange termijn minstens vergelijkbare resultaten kan opleveren. In sommige gevallen kan het zelfs risico’s beperken, bijvoorbeeld door bedrijven met zwak bestuur of hoge milieukosten te vermijden.

Het vooruitzicht dat je geld tegelijk kan renderen én bijdragen aan oplossingen is natuurlijk bijzonder aantrekkelijk.

De kritische vraag: maak je echt impact?

Als hangmatbelegger kwam bij mij meteen de nuchtere reflex naar boven: werkt dat ook echt of creëert het vooral een goed gevoel? Hoe groot is die impact in werkelijkheid? En wat kan je als particuliere belegger concreet doen om duurzaam te beleggen op een manier die verder gaat dan alleen intentie? Als particuliere belegger koop je namelijk meestal aandelen of ETF’s op de secundaire markt. Je koopt met andere woorden van andere beleggers, niet rechtstreeks van het bedrijf. Je geld vloeit dus niet rechtstreeks naar een windmolenpark of een innovatief duurzaam project.

Dat voelt misschien wat ontgoochelend, maar zo zwart-wit is het gelukkig niet. Je beleggingen maken zeker impact. Alleen werkt die impact minder rechtstreeks dan vaak wordt gedacht. Door te kiezen voor duurzame bedrijven of fondsen die bepaalde sectoren uitsluiten, draag je bij aan de vraag naar duurzame investeringen. En die vraag heeft wel degelijk gevolgen: ze beïnvloedt hoe bedrijven gewaardeerd worden en hoe makkelijk ze kapitaal kunnen ophalen.

Daarnaast spelen grote vermogensbeheerders, die achter veel ETF’s zitten, een belangrijke rol. Zij kunnen invloed uitoefenen via stemrecht op aandeelhoudersvergaderingen en actief in dialoog gaan met bedrijven om hen in een duurzamere richting te sturen. Zo ontstaat er druk van binnenuit, die op termijn echt een verschil kan maken.

De impact van duurzaam beleggen zit dus vooral in dat bredere mechanisme: kapitaal dat verschuift, bedrijven die zich aanpassen en sectoren die onder druk komen te staan of net groeien. Eén hangmatbelegger verandert de wereld niet. Maar als diezelfde keuze op grote schaal wordt gemaakt, begint het wel degelijk te wegen.

Je moet ook realistisch zijn. Duurzaam beleggen is geen wondermiddel dat op zichzelf de wereld zal veranderen.

Je moet ook realistisch zijn. Duurzaam beleggen is geen wondermiddel dat op zichzelf de wereld zal veranderen. Het is één puzzelstuk in een veel groter geheel van beleid, regelgeving en maatschappelijke keuzes.

Duurzaam beleggen als hangmatbelegger

Je kan dus impact maken door duurzaam te beleggen zonder daarvoor aan rendement te moeten inboeten. Dat klinkt goed. Maar ik bleef nog met een vrees zitten: moest ik mijn eenvoudige hangmatstrategie overboord gooien en overschakelen naar een complexere strategie om duurzaam te kunnen beleggen?

Als hangmatbelegger wil je net het tegenovergestelde van complexiteit. Geen moeilijke keuzes, geen voortdurende opvolging, gewoon een robuuste strategie die je grotendeels met rust kan laten. Het idee dat ik plots allerlei extra analyses zou moeten doen om duurzaam te beleggen, stond me eerlijk gezegd tegen.

Gelukkig bleek die vrees ongegrond. Je kan perfect duurzaam beleggen in een passieve ETF-strategie. Je hoeft je aanpak niet fundamenteel te veranderen, maar kan ze wel verfijnen. De sleutel ligt niet zozeer in hoe je belegt, maar waarin je precies belegt. Waar duurzame keuzes vroeger vooral het terrein waren van actieve fondsbeheerders, zie je vandaag dat passieve fondsen een stevige inhaalbeweging hebben gemaakt. Er bestaan intussen duurzame varianten van zowat elke klassieke index. Aangezien een ETF simpelweg een index volgt, betekent dit dat de duurzaamheid van je belegging in grote mate bepaald wordt door de samenstelling van de onderliggende index.

En daar zit net de hefboom. Als hangmatbelegger zit ik vooral in brede wereld-ETF’s, gebaseerd op bekende indexen zoals de MSCI World Index. Zo’n index bevat meer dan duizend bedrijven uit ontwikkelde markten wereldwijd.

Diezelfde index bestaat in verschillende duurzame varianten, elk met hun eigen aanpak en strengheid. Sommige varianten passen een lichte filter toe en sluiten enkel de meest controversiële sectoren uit, zoals wapens of tabak. Andere gaan een stap verder en geven meer gewicht aan bedrijven die beter scoren op vlak van milieu, sociale impact en goed bestuur. Nog strengere varianten selecteren enkel de best scorende bedrijven in elke sector, waardoor het aantal bedrijven in de index sterk afneemt en de focus duidelijker wordt.

Duurzame varianten van de MSCI World Index

Laten we eens inzoomen op de MSCI World Index om het verschil tussen die duurzame varianten wat tastbaarder te maken. Dat is namelijk één van de klassiekers waar veel hangmatbeleggers mee starten: een wereldwijd gespreide index met zo’n 1.500 bedrijven uit ontwikkelde landen.

De standaardvariant, zoals die gevolgd wordt door ETF’s van BlackRock via hun iShares-aanbod, bevat simpelweg ‘de hele markt’ zonder duurzaamheidsfilter. Maar zodra je naar de duurzame varianten kijkt, zie je hoe diezelfde basis stap voor stap wordt aangepast.

De lichtste ingreep is de ESG Screened-versie. Die begint nog altijd van dezelfde brede index, maar haalt er een aantal duidelijk controversiële sectoren uit. Denk aan wapens, tabak, steenkool en bepaalde vormen van olieproductie. Het resultaat is dat je nog steeds in een zeer brede markt belegt, maar met een eerste filter. Het aantal bedrijven daalt licht, en de gemiddelde duurzaamheidsscore van de portefeuille gaat een stapje omhoog.

Een volgende stap is de ESG Enhanced-variant. Daar wordt het niet alleen een kwestie van uitsluiten, maar ook van herwegen. Bedrijven die beter scoren op vlak van milieu, sociale impact en bestuur krijgen een groter gewicht in de index, terwijl zwakkere spelers minder wegen of verdwijnen. Je blijft dus breed gespreid, maar de accenten verschuiven duidelijk richting duurzamere bedrijven.

De meest uitgesproken variant in dit rijtje zijn de SRI-ETF’s (Socially Responsible Investing). Die gaan een stuk strenger te werk en selecteren enkel bedrijven met de hoogste ESG-scores in hun sector, vaak aangevuld met bijkomende uitsluitingen. Het gevolg is dat het aantal bedrijven in de index sterk afneemt, van meer dan duizend naar nog slechts een paar honderd, maar dat de duurzaamheidslat ook duidelijk hoger ligt.

Wat dit voorbeeld voor mij zo inzichtelijk maakte, is dat je als belegger eigenlijk een soort schuifknop in handen hebt. Je kan kiezen hoe ver je wil gaan: van een lichte bijsturing die dicht bij de markt blijft, tot een veel strengere selectie met meer impact, maar ook een grotere afwijking van de klassieke index.

Het mooie is: je hoeft daarvoor je strategie niet om te gooien. Je blijft gewoon beleggen in een wereldwijd gespreide ETF, alleen maak je een bewustere keuze over welke versie van die wereld je precies in portefeuille neemt. En je hoeft er ook geen rendement voor op te offeren. Dat laat de vergelijking tussen de klassieke MSCI World Index en de duurzame versie MSCI World SRI zien (grafiek 1).

Daarnaast bestaan er indexen die expliciet inspelen op klimaatdoelstellingen. De zogenaamde Paris-aligned benchmarks bijvoorbeeld vertrekken vanuit de ambitie om de opwarming van de aarde te beperken. Concreet betekent dit dat de CO₂-uitstoot van de portefeuille aanzienlijk lager ligt dan die van de klassieke index en bovendien elk jaar verder moet dalen. Dat is geen vage intentie, maar een vrij strak kader dat voortkomt uit internationale klimaatafspraken.

Wat me daarbij opviel, is hoe belangrijk de rol van indexbouwers geworden is. Organisaties zoals MSCI of S&P bepalen in grote mate welke bedrijven in een index worden opgenomen en hoe zwaar ze wegen. En omdat enorme bedragen passief die indexen volgen, creëert dat ook een incentive voor bedrijven: wie in een duurzame index wil opgenomen worden, moet zich aanpassen aan strengere criteria.

Voor mij als hangmatbelegger kwam het neer op een geruststellende conclusie: ik kan eigenlijk gewoon blijven doen wat ik deed – breed gespreid, passief en met lage kosten beleggen – maar dan met een bewustere keuze van de index die ik volg.

Dat sluit ook mooi aan bij de klassieke voordelen van ETF’s. Je behoudt een brede spreiding over honderden bedrijven wereldwijd, waardoor je risico’s beperkt blijven. De kosten blijven laag, zeker in vergelijking met actief beheerde fondsen. En de eenvoud blijft overeind: je hoeft nog altijd geen individuele aandelen te analyseren, enkel een doordachte keuze te maken bij de start.

Bovendien speelt duurzaamheid net op lange termijn een steeds grotere rol. Als hangmatbelegger, die per definitie een lange horizon heeft, voelt het dus logisch om daar rekening mee te houden.

Opletten voor greenwashing

Er is wel een belangrijke waarschuwing: niet alles wat als duurzaam wordt gepresenteerd, is ook echt duurzaam. Greenwashing is geen randfenomeen, maar een reëel aandachtspunt. Sommige ETF’s die zich als groen profileren, bevatten nog steeds bedrijven uit sectoren die je misschien net wilde vermijden. Andere hanteren criteria die zo vaag zijn dat het verschil met een klassieke index beperkt blijft. En producten met gelijkaardige namen kunnen in de praktijk sterk van elkaar verschillen.

Als hangmatbelegger wil je het jezelf gemakkelijk maken, maar een minimum aan kritisch onderzoek blijft noodzakelijk. Het loont de moeite om even na te gaan welke sectoren effectief worden uitgesloten, hoe streng de selectiecriteria zijn en in welke mate de duurzame variant afwijkt van de klassieke index. Een klein beetje huiswerk dus, zelfs in de hangmat.

Wat ik vooral heb meegenomen, is dat duurzaam beleggen geen alles-of-niets-verhaal is. Je hoeft niet radicaal te kiezen tussen volledig groen of volledig traditioneel. Je kan perfect een evenwicht zoeken dat bij je past. Zo kan je een kern van je portefeuille opbouwen met brede duurzame ETF’s, aangevuld met meer gerichte keuzes of zelfs een deel dat je klassiek laat. Wat telt, is dat je portefeuille aansluit bij je overtuigingen, je risicoprofiel en je behoefte aan eenvoud. En misschien is dat wel de essentie: ook als passieve belegger zit je uiteindelijk zelf aan de stuurknuppel. Je hoeft alleen te beslissen in welke richting je wil bewegen.

Conclusie: meer dan rendement alleen

Wat duurzaam beleggen interessant maakt, is dat het je dwingt anders naar geld te kijken. Niet enkel als een middel om vermogen op te bouwen, maar ook als een hefboom voor verandering. Zelfs al is de impact van één individuele belegger misschien beperkt, de collectieve beweging is dat niet. Kapitaalstromen bepalen mee welke bedrijven groeien en welke onder druk komen te staan.

Duurzaam beleggen werkt, maar vooral indirect. Het vraagt kritische keuzes, een goed begrip van de producten waarin je investeert en een langetermijnvisie. Voor wie bereid is dat huiswerk te maken, biedt het een mooie combinatie: financieel rendement én de mogelijkheid om mee richting te geven aan de wereld van morgen.

Related Articles